|
Mortel- en Morteltransportondernemingen 2007/2008
Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Artikel 14
Gewetensbezwaren
Bij een werknemer kunnen ernstige gewetensbezwaren bestaan ten
aanzien van zijn werk of een onderdeel daarvan, waardoor de vervulling van de overeengekomen arbeid op onoverkomelijke bezwaren
stuit.
De werknemer die ernstige gewetensbezwaren heeft als genoemd in
lid 1, is gehouden de werkgever van deze bezwaren schriftelijk en
gemotiveerd in kennis te stellen.
De werkgever is verplicht het ernstige gewetensbezwaar dat de
werknemer ten aanzien van zijn werk of een onderdeel daarvan
heeft, te eerbiedigen door de betrokken werknemer, zover dit in redelijkheid
mogelijk is, vervangende gelijkwaardige arbeid aan te bieden.
De werknemer is gehouden deze aangeboden vervangende gelijkwaardige
arbeid te aanvaarden.
Indien door de werkgever aan de werknemer, die zich op ernstige
gewetensbezwaren ten aanzien van zijn werk of een onderdeel daarvan
beroept, geen vervangende gelijkwaardige arbeid kan worden
aangeboden, is de werkgever gerechtigd het dienstverband met de
werknemer te verbreken. Alvorens tot verbreking van het dienstverband
wordt overgegaan, zullen werkgever en werknemer de zaak
schriftelijk en gemotiveerd voorleggen aan de Kleine Commissie als
genoemd in artikel 6 van de CAO. Door de Kleine Commissie zal
op verzoek van beide partijen een bindende uitspraak worden gedaan
ten aanzien van het al of niet aanwezig zijn van een erkend ernstig
gewetensbezwaar, onverminderd de toetsingsbevoegdheid van rechter
c.q. uitvoeringsinstelling.
naar boven
Artikel 15
Uitzendkrachten
Het inhuren van uitzendkrachten dient zo veel mogelijk te worden
vermeden. Indien een bedrijf in verband met tijdelijke drukke werkzaamheden
gebruik moet maken van uitzendkrachten, dienen uitsluitend
bonafide uitzendbureaus te worden ingeschakeld. De inlenende
werkgever dient zich ervan te verzekeren dat het betreffende uitzendbureau
de bepalingen volgens artikel 27 en artikel 40 lid 1 en 3, alsmede
volgens Bijlage 1 artikel 4 dan wel Bijlage IV artikel 2 lid 3
van deze CAO toepast.
Aan voltijd uitzendkrachten die langer dan 6 maanden door een
werkgever zijn ingeleend, wordt door de betreffende werkgever een
voltijd dienstverband voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd aangeboden.
Indien per maand structureel meer dan 10% van het werknemersbestand
uit uitzendkrachten bestaat om andere redenen dan door
ziekte of verlof, wordt hetgeen boven deze 10% uitgaat, omgezet in
vaste dienstverbanden bij de werkgever.
Zij die elders reeds een volledige dienstbetrekking hebben, mogen
niet als uitzendkrachten worden ingehuurd.
naar boven
|
|