|
Mortel- en Morteltransportondernemingen 2007/2008
Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Artikel 21
Geoorloofd verzuim met behoud van loon
Geen loon is verschuldigd voor de tijd, gedurende welke de werknemer
de bedongen arbeid niet heeft verricht (7:627 BW).
In afwijking van het anders en overigens in artikel 7:629 BW en de
Wet Arbeid en Zorg bepaalde geldt het volgende:
Bij arbeidsongeschiktheid het in artikel 31 hieromtrent bepaalde.
Voor zover het binnen de gestelde arbeidstijd noodzakelijk is
heeft de werknemer aanspraak op verzuim met behoud van loon
gedurende de voor ieder geval gestelde tijd, mits hij zoveel
mogelijk tenminste 3 dagen van tevoren aan de werkgever of
diens gemachtigde met opgaaf van redenen van het verzuim kennis
geeft.
Bij overlijden van de echtgenote of echtgenoot of ongehuwd
inwonend kind, stief- of pleegkind: 4 werkdagen.
Bij kerkelijk en wettelijk huwelijk van de werknemer tezamen:
2 werkdagen. Indien dit echter plaatsvindt op een zaterdag,
een zondag, een feestdag als bedoeld in artikel 19, dan
wel op de laatste werkdag van de verplichte bedrijfssluiting
(vakantie en periode rond Kerstmis en Nieuwjaar), zal een
vergoeding over 1 werkdag worden gegeven.
Bij overlijden van één van de ouders, stief- of schoonouders
van de werknemer: 2 werkdagen. Indien door de werknemer
de uitvaart wordt geregeld en naar het oordeel van de werkgever
de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan dit verlof
tot maximaal 4 werkdagen worden uitgebreid.
Bij bevalling van de echtgenote: 2 werkdagen. Indien dit echter
plaatsvindt op een zaterdag, een zondag, een feestdag als
bedoeld in artikel 19, dan wel op de laatste werkdag van de
verplichte bedrijfssluiting (vakantie en de periode rond Kerstmis
en Nieuwjaar), zal een vergoeding over 1 werkdag worden
gegeven.
Bij het huwelijk van een eigen kind, stief- of pleegkind,
broer, zuster, zwager, schoonzuster, schoonzoon, schoondochter,
kleinkind, halfbroer, halfzuster, ouder, schoonouder, grootouder,
behuwd grootouder, overgrootouder en een in het gezin
opgenomen huisgenoot, indien dit huwelijk wordt
bijgewoond: 1 werkdag.
Bij het overlijden dan wel bij de uitvaart, indien deze wordt
bijgewoond, van een eigen kind (gehuwd of uitwonend),
pleeg- of stiefkind, broer, zuster, zwager, schoonzuster,
schoonzoon, schoondochter, kleinkind, halfbroer, halfzuster,
grootouder, behuwd grootouder, overgrootouder en een in het
gezin opgenomen huisgenoot: 1 werkdag.
Bij ernstige ziekte van echtgenote of echtgenoot, eigen kinderen,
ouders of stiefouders en in gezinsverband met hem/
haar levende stief- en pleegkinderen: 1 werkdag.
Voor het zoeken van een nieuwe werkgever, wanneer de
dienstbetrekking door de werkgever is opgezegd anders dan
om in lid 2 van artikel 7:678 BW, bedoelde dringende reden
en de werknemer gedurende tenminste 6 weken, onmiddellijk
aan de opzegging voorafgaande, onafgebroken bij de werknemer
in dienst is geweest: ten hoogste 5 uren al dan niet
opeenvolgend.
Bij ondertrouw en bij vervulling van een van overheidswege
zonder geldelijke vergoeding opgelegde persoonlijke verplichting,
tenzij deze verplichting is ontstaan door eigen schuld of
nalatigheid van de werknemer: de werkelijke benodigde tijd
tot ten hoogste 1 werkdag.
Voor het afleggen van een vakexamen: de daarvoor benodigde
tijd met een minimum van 1 werkdag. Onder vakexamen
wordt verstaan een examen als zodanig door de
werkgever aangemerkt.
Bij 25- en 40-jarig huwelijk van de werknemer: 1 werkdag.
Bij 25-, 40- en 50-jarig huwelijk van de (schoon)ouders van
de werknemer: 1 werkdag.
Voor dokters- en tandartsbezoek: maximaal 2 uur per bezoek,
indien het werkobject is gelegen in de woonplaats van de
werknemer en maximaal 3 uur indien dit niet het geval is.
De werknemer van 62 jaar en ouder heeft recht op vrijaf, voor
zover dit binnen de arbeidstijd noodzakelijk is en zal het voor
hem bruto individueel overeengekomen loon worden doorbetaald
gedurende ten hoogste 3 werkdagen, voor het volgen
van een cursus ter voorbereiding op de tijd van pensionering.
In geval van aantoonbare calamiteiten heeft de werknemer
recht op maximaal 3 dagen verlof per jaar ten behoeve van
het treffen van voorzieningen voor de verzorging van de partner
of kind(eren) die tot zijn huishouding behoren.
Voor het bezoek aan een fysiotherapeut of een vergelijkbare
deskundige, na verwijzing door de arts, met dien verstande
dat het tijdstip van het bezoek in overleg met de werkgever
wordt vastgesteld.
Bij verhuizing van de werknemer op verzoek van de werkgever:
1 werkdag.
Voor de werknemers, die arbeid buiten de woonplaats verrichten
(artikel 42 lid 2), zal de werkgever in geval van verzuim om de onder
lid 2 sub b onder 1 t/m 7 vermelde redenen, de gemaakte reiskosten
van een openbaar vervoermiddel (tweede of daarmede gelijk te stellen
klasse) vanaf de plaats van tewerkstelling tot de woonplaats van
de werknemer en terug, voor zover niet van de gebruikelijke reisgelegenheid
gebruik kan worden gemaakt of de reis buiten de gebruikelijke
reisuren valt en de werknemer als gevolg daarvan extra kosten
moet maken, alsmede de duur van deze reis tegen het voor de
werknemer vastgestelde garantieuurloon respectievelijk salaris vergoeden.
Onder loon wordt in dit artikel verstaan:
Het gederfde inkomen over de door de afwezigheid van de werknemer
vervallen werkuren van het dienstrooster, berekend aan de hand
van het garantieuurloon volgens artikel 4 van bijlage I, eventueel
verhoogd met oververdiensten volgens artikel 26 en 40 van deze
CAO in de voorafgaande 13 weken. Voor leidinggevend, toezichthoudend,
hoger technisch en administratief personeel geldt het overeengekomen
loon met inachtneming van bijlage IV.
Voor de toepassing van lid 2 wordt aan een echtgenoot c.q. echtgenote
gelijkgesteld de ongehuwde persoon van het eigen of andere
geslacht waarmee werknemer een gezamenlijke huishouding voert,
mits een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst aan werkgever
is overgelegd, en de ongehuwde persoon waarmee werknemer
een geregistreerd partnerschap is aangegaan.
De werknemer, die een vakopleiding in het kader van de Wet Educatie
en Beroepsonderwijs volgt, heeft recht op betaald verlof voor
het volgen van de vakopleiding.
naar boven
Artikel 22
Bijzonder verlof
De werkgever is verplicht jeugdige werknemers tot en met de leeftijd
van 17 jaar, die niet kunnen deelnemen aan een vorm van het
algemeen en op het beroep gericht onderwijs met behoud van loon
in de gelegenheid te stellen 1 dag per week deel te nemen aan vormingswerk
van één der erkende vormingsinstituten voor werkende
jongeren. Jeugdige werknemers die reeds een dag per week beroepsonderwijs
volgen (parttime) zullen daarenboven een halve dag per
week beschikbaar moeten krijgen voor deelname aan vormingswerk.
Zulks met behoud van loon.
Indien de bedrijfsomstandigheden dit toelaten bestaat voor de werknemer
de mogelijkheid om in overleg met de werkgever onbetaald
verlof op te nemen. Daarbij dient de werknemer een dergelijk verzoek
minstens één maand van tevoren bekend te maken aan de werkgever.
Aanbevolen wordt om speciale aandacht aan deze mogelijkheid
te schenken ten aanzien van religieuze feestdagen die voor de
betrokken werknemer van belang zijn.
naar boven
|
|