Mortel- en Morteltransportondernemingen 2007/2008 Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 28

Vakantietoeslag

  1. De vakantietoeslag bedraagt 8% van 52 x het bruto individueel overeengekomen weekloon dat wordt genoten in de eerste volle kalenderweek waarin 1 juli van het betreffende vakantiejaar valt. Een en ander behoudens maatregelen van de overheid ter zake van de vakantietoeslag. Voor leidinggevend, toezichthoudend, hoger technisch en administratief personeel bedraagt de vakantietoeslag 8% van het bruto jaarsalaris.

  2. De werknemers, die nà 1 september van het lopende vakantiejaar in dienst van de werkgever zijn getreden, ontvangen een vakantietoeslag naar evenredigheid van het aantal vakantiedagen waarop zij op grond van artikel 20 lid 3 van deze CAO bij de aanvang van de vakantie recht hebben.

  3. Bij beëindiging van het dienstverband, ook in geval van proeftijd, heeft de werknemer aanspraak op een vakantietoeslag als bedoeld in lid 1, voor zover deze toeslag nog niet ontvangen is. De toeslag wordt berekend naar rato van de gewerkte perioden van twee weken vanaf 1 september tot het moment van uit dienst treden.

  4. De vakantietoeslag wordt uitbetaald in de maand juni, of, indien er geen bedrijfsvakantie wordt gegeven, in de periode waarin de overige werknemers in de gelegenheid worden gesteld hun vakantie op te nemen, doch uiterlijk in de maand juni.