Mortel- en Morteltransportondernemingen 2007/2008 Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 33

Arbeidsongeschikte werknemers

  1. De werkgever zal in het kader van het personeelsbeleid bijzondere aandacht schenken aan de reïntegratie van (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemers. Binnen de bedrijfsmogelijkheden geldt daarbij als richtsnoer, minimaal 5% van het totaal aantal werknemers in de onderneming.

  2. Arbeidsongeschikte werknemers kunnen slechts dan ontslagen worden als de werkgever aannemelijk kan maken dat er – eventueel na de mogelijke her-, om- of bijscholing – geen passende functie voorhanden is, dan wel op korte termijn voorhanden komt.


    Gouden handdruk (gevolgen onslag)
    Opjectief advies bij ontslag

  3. Arbeidsongeschikte werknemers met een bestaand dienstverband hebben aanspraak op een in de onderneming voorhanden zijnde – eventueel in deeltijd – passende functie.

  4. Indien er een vacature ontstaat in de onderneming heeft een (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemer, die geheel of gedeeltelijk arbeidsgeschikt is voor die functie en reeds eerder werkzaam was in de betrokken onderneming als eerste aanspraak op die functie.

    1. De werkgever laat zich bij het uitvoeren van zijn beleid ondersteunen door een Arbodienst en kan daarbij een of meer reïntegratiebedrijven inschakelen. Indien de Arbodienst daartoe in staat is kunnen reïntegratietaken ook door de arbodienst worden uitgevoerd. De inspanningen van de Arbodienst/het reïntegratiebedrijf dienen te zijn gericht op een spoedige, duurzame werkhervatting.

    2. Een werknemer waarvan de werkgever na 13 weken (vanaf de eerste ziektedag) geen plan van aanpak heeft opgesteld of heeft doen opstellen, krijgt het zelfstandig recht zich te wenden tot de Arbodienst van de werkgever voor initiatie van een plan van aanpak. Op basis van het plan van aanpak wordt een reïntegratieplan opgesteld.
      Het reïntegratieplan wordt opgesteld aan de hand van een medisch-arbeidsdeskundige beoordeling, een beroepskeuzetoets en een onderzoek naar de scholingsmogelijkheden van de betrokkene. Het plan richt zich op een concreet aangeduide functie of groep van functies.

    3. Inschakeling van een reïntegratiebedrijf geschiedt in onderling overleg tussen werknemer en werkgever. Indien een ingeschakeld reïntegratiebedrijf naar de mening van de werknemer in gebreke blijft bij de uitvoering van de overeengekomen taken, dan zal de werknemer zich in eerste instantie wenden tot de werkgever. De werkgever zal het reïntegratiebedrijf bewegen tot adequate uitvoering van de diensten. Werkgever en werknemer kunnen in onderling overleg besluiten tot het inschakelen van een ander reïntegratiebedrijf.

    4. In geval waarin de werknemer fundamentele bezwaren heeft tegen het reïntegratiebedrijf kan hij dit voorleggen aan de Kleine Commissie voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen. Deze kan een second opinion vragen bij een ander reïntegratiebedrijf op kosten van de werkgever.

  5. (Gedeeltelijk) arbeidsongeschikten die zich laten omscholen, hebben gedurende hun omscholing recht op een aanvulling op hun uitkering van 10% van het dagloon ten laste van de laatste werkgever, mits de betrokken werknemer na omscholing terugkeert in de betonmortelindustrie. In afwijking van art. 16 lid 3 kan de arbeidsduur van een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer in deeltijd minder dan zestig uur per kalenderperiode van vier weken zijn.