Mortel- en Morteltransportondernemingen 2007/2008 Verbindendverklaring CAO-bepalingen

HOOFDSTUK 8

VERGOEDINGEN EN TOESLAGEN

Artikel 40

    Vergoedingen en toeslagen

  1. Diplomatoeslag EHBO en/of Bedrijfshulpverlening

    Werknemers in het bezit van een geldig algemeen erkend EHBOdiploma ontvangen hiervoor een toeslag. Deze toeslag is vastgesteld op € 4,16 per week. Werknemers die de cursus Bedrijfshulpverlening met goed gevolg hebben afgesloten, hebben recht op de toeslag voor het EHBO-diploma. Indien een werknemer zowel het diploma Bedrijfshulpverlening als het EHBO-diploma bezit, heeft hij recht op éénmaal deze toeslag.

  2. Dienstjarentoeslag

    De werkgever zal aan de werknemer, die vijf jaar ononderbroken in dienst is geweest bij één of meer werkgevers in de mortel- en/of morteltransportondernemingen, een dienstjarentoeslag verstrekken.
    Deze toeslag is vastgesteld op € 4,16 per week.
    De werkgever zal aan de werknemer die tien jaar ononderbroken in dienst is geweest bij één of meer werkgevers in de mortel- en/of morteltransportondernemingen, een dienstjarentoeslag verstrekken. Deze toeslag is vastgesteld op € 7,25 per week.
    Onder dienstverband wordt mede verstaan het dienstverband van de werknemer die werkzaam is op objecten welke door verschillende werkgevers(combinaties) worden uitgevoerd. Ter bepaling van het ononderbroken dienstverband in de zin van dit artikel dient te worden uitgegaan van een dienstverband per werkgever dat niet langer onderbroken is geweest dan drie weken, zulks op verzoek van de werkgever. Het dienstverband wordt geacht niet te zijn onderbroken gedurende de tijd welke de werknemer voor eerste oefening onder de wapenen is geweest, alsmede gedurende de tijd welke de werknemer een beroepsopleiding heeft gevolgd waarvoor de werkgever medewerking heeft verleend.

  3. Werkkleding

    De werkgever draagt er zorg voor dat de werknemer goede passende werkkleding ontvangt. Indien dit voor de werkgever bezwaren oplevert, is deze gehouden in plaats daarvan aan de werknemer een vergoeding te betalen. Deze vergoeding is vastgesteld op € 0,96 per gewerkte dag. Indien bovengenoemde vergoedingen en toeslagen naar de mening van partijen aanpassing behoeven gedurende de looptijd van deze CAO, worden de bedragen tussentijds aangepast, waarover terstond schriftelijk mededeling wordt gedaan.
    De werkgever dient aan de (allround/hoofd) betonpompmachinist ergonomische winterkleding te verstrekken, die voldoet aan de bepalingen van de arbowet.

  4. Schade werknemer

    Indien de werknemer schade lijdt tijdens de uitvoering van de hem opgedragen werkzaamheden zal de werkgever deze schade vergoeden, tenzij deze schade elders is verzekerd.

  1. Diplomatoeslag

    Iedere werknemer die op verzoek van de werkgever een cursus heeft gevolgd, teneinde tevens inzetbaar te zijn in een andere functie, ontvangt een diplomatoeslag. Deze toeslag is vastgesteld op € 0,15 per uur.

  2. Certificaat praktijkopleider

    Werknemers die de cursus praktijkopleider van VTL met goed gevolg hebben doorlopen, ontvangen een toeslag op hun salaris, indien en zolang zij als praktijkopleider feitelijk een of meer leerlingen in het kader van de Vakopleiding begeleiden. Deze toeslag is vastgesteld op € 0,40 per uur. Bedoeld certificaat geeft geen aanspraak op diplomatoeslag.

  3. Stagevergoeding

    Stagiaires hebben recht op de stagevergoeding die volgens hun opleidingsinstituut gebruikelijk is.

  4. Maaltijd

    De werkgever verstrekt een warme maaltijd om 18.00 uur wanneer de werktijd tot na 18.30 uur voortgaat en er tenminste 8 uur is gewerkt, incl. pauzes. Uitgangspunt is verstrekking op het werk. Indien dat niet mogelijk is, wijst de werkgever een restaurant aan. Vergoeding geschiedt op overlegging van een bon tot een maximum van € 15,11.

  5. Indexering

    De onkostenvergoedingen genoemd in lid 1, 2, 3, 6, 7 en 9 van dit artikel worden geïndexeerd met het stijgingspercentage van het afgeleide cpi alle huishoudens. De verhogingen worden gedurende de looptijd van deze CAO vastgesteld per 1 juli (prijsindexcijfer april t.o.v. oktober van het voorgaande jaar) en 31 december (prijsindexcijfer oktober t.o.v. april).
    Voor de looptijd van deze CAO geldt deze indexering niet voor de maaltijdvergoeding (lid 9).