Mortel- en Morteltransportondernemingen 2007/2008
Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Bedrijfsvoorschriften en bijbehorend sanctiereglement voor de werknemers
vallend onder de CAO-Mortel
Ziek- en hersteldmeldingsprocedure
De werknemer die wegens ziekte zijn arbeid niet kan verrichten, is
verplicht hiervan op de eerste dag van zijn arbeidsongeschiktheid
voor ’s morgens 10.00 uur zijn werkgever of de door deze aangewezen
uitvoerder of andere functionaris in kennis te stellen. Indien deze
dag een zaterdag of een zon- of feestdag of een verlofdag is en op
die dagen in het bedrijf van de werkgever niet wordt gewerkt, dient
de ziekmelding op de eerstvolgende werkdag vóór ’s morgens 10.00
uur te geschieden.
Indien de arbeidsongeschiktheid tijdens de werktijd ontstaat, moet
deze melding terstond na het staken van het werk geschieden.
Deze verplichting laat onverlet de voorschriften van het UWV ter
zake van ziekmeldingen.
Indien arbeidsongeschiktheid ontstaat tijdens een periode van verplichte
bedrijfssluiting (vakantie en de periode rond Kerst en Nieuwjaar),
dient de werknemer dit binnen 24 uur na de aanvang van de
ongeschiktheid schriftelijk te melden aan de arbodienst.
De werknemer is verplicht de werkgever terstond op de hoogte te
brengen van zijn herstel.
Eigen verklaring
Aan iedere werknemer wordt een aantal blanco Eigen Verklaringen
en antwoordenveloppen verstrekt. De werknemer is verplicht deze
Eigen Verklaring reeds op de 1e dag van de ziekmelding aan de
werkgever te zenden, ook wanneer de volgende dag het werk wordt
hervat. (Zie model eigen verklaring.)
Thuisblijven
De werknemer dient thuis te blijven tot het moment dat door of
namens de werkgever contact is opgenomen (telefonisch, dan wel
d.m.v. een bezoek), echter maximaal gedurende vijf dagen.
De werknemer mag alleen van huis gaan voor een bezoek aan een
arts of om zijn werkzaamheden te hervatten.
Na het eerste controlebezoek, of na vijf dagen, dient de werknemer
gedurende drie weken ’s morgens tot 10.00 uur en ’s middags tussen
12.00 en 14.30 uur thuis te zijn, tenzij de bedrijfsarts toestemming
geeft om van huis te gaan.
De werknemer dient er rekening mee te houden dat namens de werk-
gever contact kan worden opgenomen door een door hem ingeschakelde
Arbodienst. Dit contact kan bestaan uit een uitnodiging op het
spreekuur te verschijnen, dan wel uit een bezoek van of telefonisch
gesprek met de bedrijfsarts/bedrijfsverpleegkundige.
Maak bezoek mogelijk
De werknemer dient controlebezoek door de Arbodienstmedewerkers
mogelijk te maken. Deze moeten in staat gesteld worden de werknemer
in zijn woning of op zijn verpleegadres te bezoeken.
Het juiste adres
Indien de werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid verhuist of tijdelijk
elders verblijft of van verpleegadres verandert (bijvoorbeeld
opname in of ontslag uit een ziekenhuis), behoort hij dit binnen 24
uur aan de werkgever door te geven.
Verblijf in het buitenland
De werknemer die zich in het buitenland bevindt en arbeidsongeschikt
wordt, dient zich te houden aan het bepaalde onder punt 1.
Ingeval van ziekmelding tijdens het verblijf in het buitenland dient
de werknemer terstond naar Nederland terug te keren, na schriftelijke
toestemming van huisarts en/of behandelend arts in het buitenland en
na overleg met de arbodienst, tenzij de werkgever telefonisch of
schriftelijk toestemming verleent het verblijf in het buitenland te
continueren.
De werknemer dient voor vertrek toestemming van de bedrijfsarts/
arts arbodienst te hebben indien hij tijdens arbeidsongeschiktheid een
meerdaagse periode in het buitenland wil verblijven.
Op het spreekuur komen
Aan een oproep om te verschijnen op het spreekuur van de Arbodienst
dient de werknemer gevolg te geven.
Indien de werknemer een geldige reden tot verhindering heeft (bijvoorbeeld
bedlegerigheid of ziekenhuisopname) dan behoort hij dit
onmiddellijk aan de werkgever mede te delen. De werknemer hoeft
niet op het spreekuur te verschijnen indien hij inmiddels zijn werkzaamheden
heeft hervat.
Genezing niet belemmeren
De werknemer dient zich tijdens zijn arbeidsongeschiktheid zodanig
te gedragen dat zijn genezing niet wordt belemmerd. Dit ter beoordeling
van de arbodienst.
Het verrichten van werkzaamheden
De werknemer dient tijdens zijn arbeidsongeschiktheid geen arbeid
te verrichten behalve werkzaamheden die de werknemer door of
namens de werkgever worden aangeboden. De aangeboden vervangende werkzaamheden mogen het genezingsproces niet nadelig beïnvloeden
en worden in overleg met de (bedrijfs)arts vastgesteld.
Hervatten bij herstel
Zodra de werknemer weer in staat is aan het werk te gaan, dient hij
niet een speciale opdracht daartoe af te wachten.
Indien men opnieuw het werk staakt binnen drie dagen na werkhervatting
dient de werknemer op het eerstvolgende spreekuur van
de bedrijfsarts/arts arbodienst te verschijnen.
Bezwaren tegen hersteldverklaring
Indien de werknemer na een bepaalde datum weer geheel of gedeeltelijk
geschikt geacht wordt zijn werkzaamheden te hervatten terwijl
de werknemer van mening is, dat hij op genoemde datum nog steeds
arbeidsongeschikt is, dient hij een 2e mening/second opinion aan te
vragen bij het UWV.
Sancties
Indien de werknemer zich niet houdt aan de bovengenoemde bedrijfsvoorschriften
bij ziekte gedurende de eerste 52 weken kan de werkgever
besluiten tot het opleggen van sancties, tenzij de werknemer aantoont
dat de overtreding van een controlevoorschrift hem niet verweten
kan worden.
De werknemer die geen salaris krijgt doorbetaald omdat de werkgever
(na advies van de bedrijfsarts van de Arbodienst) van mening is, dat de
werknemer in staat is ,,zijn arbeid’’ te verrichten, kan zich tot het UWV
wenden voor een onafhankelijk oordeel.
Deze ,,second opinion’’ houdt in dat het UWV een medische keuring zal
verrichten. Indien het UWV van mening is, dat er inderdaad sprake is
van arbeidsongeschiktheid worden de kosten van de verstrekte uitkering
en de medische keuring verhaald op de werkgever. Is er naar het oordeel
van het UWV geen sprake van arbeidsongeschiktheid, dan worden de
genoemde kosten verhaald op de werknemer.
Wanneer de werknemer het niet eens is met de uitspraak van het UWV
kan hij in beroep gaan bij de sector Bestuursrecht van de Arrondissementsrechtbank.
Ook de werkgever kan het UWV verzoeken een second opinion uit te
voeren.