|
Hoofdstuk II
Lonen: algemene bepalingen *
Artikel 10
Berekening dag- en uurloon
Het dag- en uurloon wordt berekend door het functieloon per 4 weken te delen door 20
respectievelijk 160 en het functieloon per maand te delen door 21,75 respectievelijk 174.
Voor oproepkrachten moet voor de berekening van het dag- en uurloon worden uitgegaan van
het functieloon vermeerderd met 8% vakantietoeslag en tot 1 januari 2006 1,9% kerstuitkering.
Bij een kortere tewerkstelling dan één dag wordt de oproepkracht per uur beloond. (Met
inachtneming van het gestelde in de Wet Flexibiliteit en Zekerheid).
Artikel 11
Loonbetaling
De in artikel 21 genoemde functielonen worden per 4 weken of per maand betaald.
Het omrekeningsgetal voor de herleiding van vierweken- naar maandloon is 1,087.
De uitbetaling van de overuren dient uiterlijk in de betalingsperiode volgend op de betalingsperiode,
waarin de overuren zijn ontstaan, te geschieden.
* Ten aanzien van het minimumloon gelden de bepalingen zoals deze zijn neergelegd in de "Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag".
|
|