>

Artikel 12
Algemeen

Het bepaalde onder A van dit artikel is een aanvulling op de wettelijke loondoorbetalingsverplichting krachtens artikel 7: 629 van het Burgerlijk Wetboek.

  1. Loon bij arbeidsongeschiktheid

      1. Tenzij schriftelijk gunstiger voorwaarden overeengekomen zijn, is, wanneer de werknemer ten gevolge van arbeidsongeschiktheid verhinderd is zijn arbeid te verrichten behalve indien de arbeidsongeschiktheid door zijn schuld of toedoen veroorzaakt is of het gevolg is van een lichaamsgebrek waaromtrent hij bij het aangaan der overeenkomst de werkgever opzettelijk valse inlichtingen heeft gegeven, de werkgever verplicht om over de dagen waarop de werknemer ten gevolge van arbeidsongeschiktheid (waaronder te verstaan ziekte en ongeval) verhinderd is zijn arbeid te verrichten, het loon te betalen.

      2. Deze aanvulling op de wettelijke verplichting tot doorbetaling eindigt:

        • gedurende de proeftijd: na 2 weken

        • bij een onafgebroken dienstverband van 1 jaar of minder: na 13 weken

        • bij een onafgebroken dienstverband van langer dan 1 jaar: na 52 weken

        Deze aanvulling op de wettelijke doorbetalingsverplichting zal per 1 januari 2006 worden verlengd tot maximaal de eerste 104 weken van arbeidsongeschiktheid indien de werknemer meewerkt aan zijn reïntegratie en tevens een aanvullende zorgverzekering heeft afgesloten of indien de werknemer blijvend volledig arbeidsongeschikt is. Uiterlijk 1 januari 2007 dienen in deze aanvullende zorgverzekering tenminste te zijn opgenomen: fysiotherapie, diëtist en psychologische hulp.

      3. De verplichting tot uitbetaling is te rekenen vanaf de eerste dag dat de werknemer verhinderd is zijn arbeid te verrichten. In geval de werkgever een wachtdag toepast conform lid 2 van dit artikel, geldt deze verplichting vanaf de tweede dag dat de werknemer verhinderd is zijn arbeid te verrichten.

      4. Bij arbeidsongeschiktheid binnen een kalenderjaar, worden verschillende perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, voorzover de arbeidsongeschiktheid niet het gevolg is van een ongeval.

      5. In geval van arbeidsongeschiktheid wordt onder loon in de zin van dit artikel verstaan het loon, verhoogd met het bedrag dat de betrokken werknemer gemiddeld gedurende de periode van 52 weken voorafgaande aan de eerste dag van arbeidsongeschiktheid heeft genoten aan overuren en met ingang van 1 juni 2007 aan zaterdag- en zondaguren voor zover deze de 40 uur per week overschrijden en de toeslagen van 50% en 100% over deze uren. De maximale vergoeding bedraagt echter 48,75% van het functieloon (zijnde de waarde van 15 overuren a 130%).
        Bij het loonbegrip in de zin van dit artikel worden tevens betrokken: de ploegendienst- en vuilwerktoeslag, persoonlijke toeslagen als bedoeld in artikel 19, de onregelmatigheidstoeslag van bijlage VI, alsmede de toeslag voor ééndaagse nachtritten. Aanvulling vindt ten hoogste plaats tot het maximum loon als bedoeld in artikel 17 lid 1 Wfsv.

      6. Voor de berekening van het aantal overuren, de zaterdag- en zondaguren voorzover deze de 40 uur per week overschrijden, als bedoeld in lid 1 sub e, wordt het gemiddeld aantal gewerkte overuren, zaterdag- en zondaguren voorzover deze de 40 uur per week overschrijden, gedurende de periode van 52 weken voorafgaande aan de arbeidsongeschiktheid van de werknemer vastgesteld met een maximum van gemiddeld 48,75% van het functieloon (zijnde de waarde van 15 overuren a 130%) en vervolgens verminderd met een kwart. De maximale vergoeding bij ziekte aan overuren, zaterdag- en zondaguren voorzover deze de 40 uur per week overschrijden en de toeslagen van de zaterdag- en zondaguren zal echter 22,75% van het functieloon bedragen (zijnde de waarde van 7 overuren a 130%). Deze reductie bij ziekte wordt niet toegepast, indien de ziekte het gevolg is van een bedrijfsongeval, tenzij het bedrijfsongeval te wijten is aan de grove schuld of nalatigheid van de werknemer.

      7. Tussentijdse wijzigingen van het rechtens geldend loon, resp. dagloonbesluiten of andere wettelijke maatregelen dienen in deze loonbetaling bij arbeidsongeschiktheid te worden verwerkt.

    1. De werkgever is bevoegd één wachtdag toe te passen met uitzondering van die gevallen waarbij de perioden waarin de werknemer als gevolg van ziekte verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten elkaar met een periode van minder dan 4 weken opvolgen.

    2. In het geval de werknemer een uitkering toekomt krachtens de Ziektewet, WAO/ WIA of krachtens een verzekering of enig fonds, waarin de deelneming is bedongen bij of voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst wordt de loonbetaling met deze uitkering verminderd.

    3. Gevallen waarin misbruik wordt verondersteld, kunnen ter kennis worden gebracht aan CAOpartijen.

  2. Arbeidsongeschiktheid

    In het kader van arbeidsongeschiktheid is door CAO-partijen een protocol overeengekomen. Dit protocol is als bijlage XVII in deze CAO opgenomen.

    * * Ten aanzien van het minimumloon gelden de bepalingen zoals deze zijn neergelegd in de "Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag".