|
Artikel 13
Ziekte en ongeval in het buitenland
Indien de werknemer wegens werkzaamheden verbonden aan de uitoefening van zijn bedrijf of
beroep buiten Nederland verblijft en aldaar getroffen wordt door ziekte of ongeval kan hij aanspraak
maken op vergoeding van:
de kosten van geneeskundige verzorging waaraan hij behoefte heeft;
de kosten van vervoer, voor zover dit vervoer noodzakelijk is om de geneeskundige verzorging
te ondergaan;
de noodzakelijke kosten van onderdak en voeding, totdat zijn gezondheidstoestand het hem
veroorlooft naar Nederland terug te keren;
de noodzakelijke kosten van vervoer naar zijn woon- of verblijfplaats in Nederland.
De in lid 1 bedoelde aanspraken bestaan slechts indien en voor zover de werknemer geen
aanspraak kan maken op overeenkomstige uitkeringen op grond van enige nationale wetgeving of
internationale overeenkomst dan wel uit hoofde van een voor de werknemer geldende
verzekeringsovereenkomst.
De werknemer kan geen aanspraak maken op vergoeding van de in lid 1 onder a. en b. genoemde
kosten indien hij zich ter zake van die kosten niet of in onvoldoende mate verzekerd heeft, dan wel
door eigen schuld of toedoen geen aanspraken kan ontlenen aan de voor hem geldende
verzekering.
Indien de werknemer die in de omstandigheden verkeert als omschreven in de aanhef van lid 1,
zich in levensgevaar bevindt kan hij ten behoeve van zijn bloedverwanten in de eerste graad
alsmede zijn echtgeno(o)t(e)aanspraak maken op vergoeding van:
de noodzakelijke kosten van vervoer van hun woonplaats naar zijn verblijfplaats en terug;
de noodzakelijke kosten van onderdak en voeding, totdat het levensgevaar geweken is.
|
|