|
Artikel 14
Ongevallenverzekering
De werkgever is verplicht ten behoeve van ieder van zijn werknemers een ongevallenverzekering af
te sluiten, hetzij collectief, hetzij individueel. De kosten van deze verzekering komen volledig voor
rekening van de werkgever.
De werkgever verschaft elke werknemer een afschrift van de polis of een overzicht van de
polisvoorwaarden en tevens (zo mogelijk jaarlijks) een bewijs van verzekering.
De onder 1 bedoelde verzekering dient ten minste aan de volgende voorwaarden te voldoen:
In de polisvoorwaarden dient de mogelijkheid van een contra-expertise voor de werknemers te
zijn opgenomen voor het geval dat de betreffende werknemer zich niet kan verenigen met de
wijze waarop en/of de mate waarin de invaliditeit is bepaald.
De hieronder genoemde risico's dienen zowel binnen als buiten diensttijd volledig gedekt te zijn.
Uitgezonderd zijn de gebruikelijk voorkomende uitsluitingen voor activiteiten die buiten diensttijd
plaatsvinden en in de polisvoorwaarden worden vermeld.
Bij overlijden van (een van) de verzekerde(n), dient aan de nabestaanden van betrokkene
een uitkering te worden verstrekt ter grootte van het jaarinkomen, zijnde het loon ingevolge
de Coördinatie Wet Sociale Verzekeringen over het voorafgaande kalenderjaar.
In afwijking van het onder 3.c.1. gestelde kan worden overeengekomen dat een uitkering
ineens wordt verstrekt in de vorm van een vast bedrag ter grootte van het aantal werkdagen
per jaar x het maximum premiedagloon ingevolge de Werkloosheidswet.
Bij blijvende algehele invaliditeit dient een uitkering ineens te worden versterkt ten minste ter
grootte van het tweevoudige van het jaarinkomen als bedoeld onder 3.c.1.
Bij blijvende gedeeltelijke invaliditeit dient een uitkering ineens te worden verstrekt, die is
afgeleid van het onder c genoemde.
De gerechtigde van de uitkeringen is de verzekerde werknemer of diens nagelaten betrekkingen.
Hieronder wordt verstaan: 1e overblijvende echtgenoot/-note; 2e de erfgenamen.
Indien door nalatigheid van de werkgever, bij een ongeval dat de dood of blijvende invaliditeit van
een werknemer ten gevolge heeft, geen recht op een onder lid 3 bedoelde uitkering bestaat, is de
werkgever gehouden de betrokkene(n) schadeloos te stellen.
Een bestaande polis, waarin is overeengekomen dat bij overlijden of blijvende invaliditeit een vast bedrag wordt uitgekeerd, kan - in afwijking van het bepaalde onder lid 3 c - in stand blijven tot de expiratiedatum, mits het uit te keren bedrag bij overlijden ten minste
per 1-4-2007: € 30.214,= /
per 1-6-2007: € 31.181,= /
per 1-4-2008: € 31.649,= bruto bedraagt en bij blijvende algehele invaliditeit ten minste per 1-4-2007: € 60.427,= / per 1-6-2007: € 62.361,= / per 1-4-2008: € 63.296,= bruto bedraagt en dit bedrag jaarlijks wordt aangepast aan de gemiddelde stijging van de lonen in deze CAO. Voor het overige gelden de leden 1 t/m 4 van dit artikel onverkort.
Artikel 15
Inkomstenderving bij het verrichten van andere werkzaamheden
Indien een werknemer, door omstandigheden die niet aan hem te wijten zijn, tijdelijk met andere dan zijn normale werkzaamheden wordt belast en welke werkzaamheden lager gehonoreerd worden dan zijn normale werkzaamheden, zal hem gedurende ten minste dertien weken zijn normale functieloon gegarandeerd worden.
|
|