>

artikels op deze pagina artiken19    artikel 20

Artikel 19
Inschaling van functies

  1. Plaatsing in een lager gewaardeerde functie

    De werknemer die door omstandigheden, die niet aan hem zijn te wijten, wordt belast met werkzaamheden, verbonden aan een lager gewaardeerde functie, zal na 13 weken in die lagere functieloonschaal worden geplaatst. Het loonverschil dat hierbij ontstaat wordt omgezet in een persoonlijke toeslag. Deze persoonlijke toeslag wordt als volgt afgebouwd:

    1. Indien mogelijk met nog toe te kennen treden en/of initiële loonsverhogingen;

    2. Als er in enig jaar geen trede- en/of initiële loonsverhogingen zijn zal de persoonlijke toeslag met een kwart per jaar worden afgebouwd.

      Voor de werknemer van 50 jaar en ouder, die minimaal 10 jaar in dienst is van de werkgever of voor de werknemer die minimaal 25 jaar in dienst is van de werkgever zal de persoonlijke toeslag niet worden afgebouwd.

  2. Correctie van verkeerde inschaling

    Een verkeerde inschaling zal worden hersteld door herinschaling in de juiste functieloonschaal.

    1. Indien de herinschaling een indeling in een hogere functieloonschaal tot gevolg heeft zal deze ingaan op het tijdstip van schriftelijke melding door de werknemer.

    2. Indien de herinschaling een indeling in een lagere functieloonschaal tot gevolg heeft zal het loonverschil dat hierbij ontstaat worden omgezet in een persoonlijke toeslag. Deze persoonlijke toeslag wordt afgebouwd met elke initiële- en tredeverhoging. De persoonlijke toeslag komt uiterlijk na 2 jaar te vervallen.

  3. Plaatsing in een hogere functie

    De werknemer die als gevolg van verandering van werkzaamheden in een hogere functieloonschaal wordt geplaatst zal worden ingedeeld op het naast hogere bedrag in de functieloonschaal, vanaf de eerste volle week van uitoefening van die hogere functie.

  4. Inschaling leerlingen

    De functielonen voor jeugdige werknemers in opleiding in het kader van het leerlingstelsel bedragen bij één dag onderwijs per week 4/5, bij twee dagen onderwijs per week 3/5 van het naar hun leeftijd vastgestelde jeugdloon.

naar boven

Artikel 20
Beroepsprocedure

    1. Indien een werknemer het niet of niet meer eens is met de beschrijving van de functie waarin hij is aangesteld en/of bezwaar heeft tegen zijn functie-indeling in één der functieloonschalen genoemd in artikel 21, dient hij te streven naar een oplossing van het bezwaar langs normale wegen van overleg, als weergegeven in bijlage III.

    2. Een beroep van een ex-werknemer kan in behandeling worden genomen als de uitspraak gevolgen kan hebben voor een op de laatste beloning gebaseerde wettelijke uitkering, dan wel als door de kantonrechter daarom wordt verzocht in een civiele procedure, mits de arbeidsovereenkomst niet langer dan één jaar ontbonden is.

  1. Indien langs de in lid 1 aangegeven weg niet binnen één maand een bevredigende oplossing wordt verkregen, kan de werknemer zijn bezwaar schriftelijk voorleggen aan de Beroepscommissie Functiewaardering Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen. Het reglement voor deze commissie is opgenomen in bijlage IV.

  2. Indien een bezwaar tegen de indeling in een functieloonschaal bij de beroepscommissie wordt kenbaar gemaakt, is de datum van indiening van dat bezwaar bepalend voor de indeling in de juiste functieloonschaal.

  3. Beroepszaken dienen te worden gericht aan de Beroepscommissie Functiewaardering Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen, Postbus 440, 2400 AK Alphen aan den Rijn.

naar boven