>

Artikel 22 - Jeugdlonen

  1. Voor jeugdige werknemers van 21 jaar en jonger die niet in het bezit zijn van een geldig getuigschrift van vakbekwaamheid voor het besturen van een vrachtauto en/of het wettelijk verplicht TCVT-certificaat van vakbekwaamheid voor het bedienen van een mobiele kraan, gelden de wettelijke minimum jeugdlonen.

    Deze zijn vastgesteld op de volgende percentages van het wettelijk minimumloon <

    15      jaar      50,0%
    16     jaar      56,0%
    17      jaar      62,5%
    18      jaar      70,5%
    19      jaar      79,5%
    20      jaar      91,0%
    21      jaar      100,0%

  2. Indien een jeugdige werknemer, die niet vakbekwaam is op grond van het gestelde in lid 1 de leeftijd van 22 jaar bereikt, wordt hij ingeschaald op trede 0 van de geldende functieloonschaal.

    1. In afwijking van het gestelde in artikel 22 lid 2 geldt dat de werknemer die de leeftijd van 22 jaar heeft bereikt, maar bij indiensttreding nog niet beschikt over de specifieke vak- en/of bedrijfskennis welke voor de vervulling van de functies vallende onder loonschalen A, B, C is vereist, kan worden ingedeeld in de -2- trede behorende bij zijn loonschaal. Zie hiervoor ook artikel 47 lid 1.

    2. De werkgever stelt de werknemer in de gelegenheid de voor de functie noodzakelijke opleiding/training te volgen.

    3. Zodra de opleiding/training met goed gevolg is afgerond wordt de werknemer in de 0-trede van zijn loonschaal ingedeeld.

    4. Voor de toekenning van tredeverhogingen is overigens artikel 18 integraal van toepassing.

  3. Indien een jeugdige werknemer de vakbekwaamheid voor het besturen van een vrachtauto in de zin van het Arbeidstijdenbesluit Vervoer bezit, wordt hem het volgende percentage van de trede van de loonschaal behorende bij zijn functie toegekend:

    18 jaar 80,0%
    19 jaar 90,0%
    20 jaar 95,0%
    21 jaar 100,0%

    De hogere beloning gaat in per eerste dag van de betalingsperiode volgend op de verjaardag.