Diensturen verricht op de dagen van maandag t/m vrijdag liggende tussen de 220 en 230 uur per
betalingsperiode van 4 weken geven recht op één uur vrije tijd.
Diensturen verricht op de dagen van maandag t/m vrijdag welke de 230 uur per betalingsperiode
van 4 weken te boven gaan geven recht op 1,3 uur vrije tijd of 1 uur vrije tijd en een toeslag van
30% van het functie-uurloon, waarbij een eenmaal door de werknemer gemaakte keuze voor één
jaar vast ligt.
De vergoeding van 30% in geld wordt uiterlijk in de betalingsperiode volgend op de betalingsperiode
waarin de diensturen gemaakt zijn, uitbetaald.
De vergoeding in tijd vindt, behoudens bijzondere gevallen, plaats binnen 12 weken na de
betalingsperiode waarin de meerdere uren zijn ontstaan. In geval van seizoensgebonden arbeid kan
deze termijn in overleg met partijen betrokken bij deze cao worden verlengd tot maximaal 48 weken.
Zoveel als mogelijk wordt de vergoeding in tijd in blokken van tenminste 3 dagen gegeven.
De dag waarop krachtens een rooster-, dienst- of werktijdregeling niet wordt gewerkt, kan geen
vrijaf worden gegeven in het kader van de tijd-voor-tijd-regeling.
Tussen werkgever en werknemer(s) dient tijdig overleg plaats te vinden over de periode, waarin de
opgespaarde vrije tijd, krachtens deze regeling wordt opgenomen.
De werkgever dient per betalingsperiode bij of op de loonspecificatie een overzicht te geven van het
totaal aantal opgespaarde uren onder gelijktijdige vermindering van de opgenomen uren in de
voorafgaande betalingsperiode.
In afwijking van het hierboven bepaalde kan op verzoek van de werknemer en/of de werkgever
overleg worden gevoerd over de wijze waarop tijd-voor-tijd-uren worden vergoed. Indien tijd-voortijd-
uren worden uitbetaald, dient dit te gebeuren tegen 130% van het uurloon.