>

Hoofdstuk VIII - Vergoedingen

Artikel 34

  1. Vergoeding van reiskosten

    1. De werknemer die dienst heeft buiten standplaats wordt behoudens de gevallen waarin een afzonderlijke detacheringsregeling is getroffen, de werkelijk betaalde reiskosten vergoed, indien de reis niet heeft kunnen plaatsvinden met de middelen van vervoer, waarvoor kosteloos vervoer is of bij tijdig aanvragen had kunnen worden verleend.

      1. Bij verplaatsing van het bedrijf en bij overplaatsing van werknemers worden gedurende ιιn jaar de extra kosten voor woon/werkverkeer vergoed volgens de geldende fiscale normen. Deze fiscale normen worden ook gehanteerd bij de reiskosten als bedoeld in artikel 34 D (vergoeding ADR-certificaat).

      2. De uit lid 2a voortvloeiende extra reistijd wordt gedurende ιιn jaar vergoed op basis van het geldende uurloon, behorende bij het functieloon dat op de werknemer van toepassing is met dien verstande dat deze tijd niet in de overurenvaststelling wordt betrokken.

    2. Voor werknemers te werk gesteld op mobiele kranen gelden terzake de afspraken zoals deze zijn opgenomen in artikel 40a.

  2. Vergoeding van verblijfkosten

    1. Algemene vergoedingsregeling

      Aan de werknemer worden volgens onderstaand schema de onderweg gemaakte kosten vergoed bestaande uit maaltijden, overige consumpties en overige diverse kleine uitgaven verbonden aan de uitoefening van de dienstbetrekking. Hieronder vallen niet de kosten van logies, inrichting van de cabine, koersverschillen en uitbetaalde fooien.
      Van het bovenstaande kan worden afgeweken indien een afzonderlijke detacheringregeling is getroffen of de ondernemer een regeling heeft getroffen in die zin dat de werknemer gratis gebruik kan maken van bedrijfskantinefaciliteiten welke qua niveau in overeenstemming dienen te zijn met de rechten die normaal gesproken ontleend kunnen worden aan onderstaande tabellen.

      De verblijfkostenvergoeding per uur afwezigheid van standplaats bedraagt:

      Bedragen respectievelijk per 1 januari 2009/ 1 oktober 2009

      1. Eendaagse ritten

        • Korter dan 4 uur: geen onbelaste vergoeding

        • Langer dan 4 uur:

1. Tussen 00.00 uur en 18.00 uur € 0,66 / € 0,67
2. Tussen 18.00 uur en 00.00 uur
    A. vertrek vσσr 14.00 uur € 2,25 / € 2,27
    B. vertrek op of na 14.00 uur € 0,66 / € 0,67
en bij afwezigheid van tenminste 12 uur een toeslag van € 10,32 / € 10,41
Voor elk dienstuur gelegen tussen 19.00 uur en 06.00 uur wordt naast de bovengenoemde onbelaste vergoedingen tevens een bruto vergoeding van € 2,39 / € 2,41
bruto toegekend. Er kan hierbij geen sprake zijn van samenloop met een ploegendiensttoeslag.
Meerdaagse ritten
Eerste dag
Tussen 00.00 uur en 17.00 uur € 1,18 / € 1,19
Tussen 17.00 uur en 00.00 uur
vertrek vσσr 17.00 uur € 2,25 / € 2,27
vertrek op of na 17.00 uur € 1,18 / € 1,19
Tussenliggende dagen (per kalenderdag) € 41,11 / € 41,48
Laatste dag
Tussen 00.00 uur en 06.00 uur
aankomst vσσr 12.00 uur € 1,18 / € 1,19
aankomst op of na 12.00 uur € 2,25 / € 2,27
Tussen 06.00 uur en 18.00 uur € 1,18 / € 1,19
Tussen 18.00 uur en 24.00 uur € 2,25 / € 2,27

  1. Aan de werknemer die in het kader van zijn dienstuitvoering gedurende een zaterdag of een buitenlandse feestdag buitenslands dient te verblijven zonder dat hem werkzaamheden voor die dag zijn of kunnen worden opgedragen, wordt, ter leniging van de extra kosten aan het niet-vrijwillig verblijf verbonden, een extra vergoeding van € 10,32 / € 10,41 netto en daarboven € 18,07 / € 18,23 bruto per dag toegekend.

  2. De verblijfskostenvergoeding krachtens dit artikel geldt ook voor leerlingen in dienst van de Vakopleiding Transport en Logistiek, die buiten standplaats werkzaamheden verrichten.

    De leerlingen ontvangen in de eerste periode van hun dienstverband een voorschot van ιιn bruto functieloon. In de perioden daarna wordt aan de hand van de ingeleverde urenverantwoordingsstaten het juiste salaris uitbetaald. Bij uitdiensttreding wordt het voorschot verrekend met de laatste salarisbetaling.

  1. Beschikbaarheidsvergoeding

    1. De werknemer, die opdracht heeft gekregen zich beschikbaar te houden voor te verrichten werkzaamheden heeft recht op een vergoeding van € 2,27 / € 2,29 bruto per uur met een maximumvergoeding van € 18,13 / € 18,30 per etmaal.

      Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

      1. de werknemer dient vooraf te zijn aangezegd om zich gedurende een bepaald vooraf afgebakende tijdsruimte beschikbaar te houden voor het verrichten van werk en verplicht te zijn gehoor te geven aan een oproep de dienst aan te vangen;

      2. voor de beschikbaarheidsvergoeding komt men niet in aanmerking indien er sprake is van diensttijd en men zich in de bedrijfsruimte en/of op of rondom het voertuig bevindt;

      3. voor de beschikbaarheidsvergoeding komt men evenmin in aanmerking bij het in ontvangst nemen van een eenmalige oproep per etmaal om de dienst op een bepaald tijdstip aan te vangen;

      4. er kan geen samenloop ontstaan van loon en/of andere toeslagen met deze beschikbaarheidsvergoeding.

      1. Aan de werknemer die in het kader van zijn dienstuitvoering op zondag of een Nederlandse feestdag in het buitenland overstaat terwijl hem voor die dag geen werkzaamheden zijn of kunnen worden opgedragen, wordt voor het beschikbaar zijn buiten standplaats € 10,32 / € 10,41 ; netto per dag en daarboven 15 uur ΰ € 4,90 / € 4,94 ; bruto vergoed. Bij het overstaan in het binnenland wordt € 10,32 / € 10,41 per dag en daarboven 15 uur ΰ € 1,50 / € 1,51 bruto vergoed

      2. Voor elk uur dat de werknemer werkzaamheden verricht wordt € 9,18 / € 9,26 bruto per uur minder aan beschikbaarheidsvergoeding als bedoeld in lid 2a verstrekt. Bij overstaan in het binnenland wordt voor elk uur € 2,82 / € 2,84 bruto minder aan beschikbaarheidsvergoeding verstrekt.

  2. Vergoeding scholing en ADR-certificaat/ certificaat vorkheftruck

    1. Scholing algemeen

      1. Ingeval scholing anders bedoeld als hieronder wordt gevolgd in opdracht van de werkgever en /of op de grond van een aan de functie verbonden wettelijke verplichting, dienen aan de werknemer de cursuskosten, het examengeld en de reiskosten (volgens de in dat jaar geldende forfaitaire reiskostenvergoeding) te worden vergoed. Voorts zal de werkgever de cursustijd, die overdag wordt gevolgd op de doordeweekse dagen, vergoeden. Deze uren tellen niet mee bij de bepaling van het aantal overuren.

      2. Vergoeding ADR- certificaat

        Voor het behalen en periodiek in stand houden van het ADR- certificaat in opdracht van de werkgever en het periodiek in stand houden van het ADR – certificaat op verzoek van de werknemer, zal de werkgever de cursuskosten, het examengeld en de reiskosten (volgens de in dat jaar geldende forfaitaire reiskostenvergoeding) vergoeden. Voorts zal de werkgever de terzake bestede cursustijd met een maximum van 40 loonuren (ΰ 100%) vergoeden. Deze uren tellen niet mee bij de bepaling van het aantal overuren.

      3. Certificaat vorkheftruck

        Voor het behalen en periodiek in stand houden van het certificaat vorkheftruck in opdracht van de werkgever en het periodiek in stand houden van het certificaat vorkheftruck op verzoek van de werknemer, zal de werkgever de cursuskosten, het examengeld en de reiskosten (volgens de in dat jaar geldende forfaitaire reiskostenvergoeding) vergoeden. Voorts zal de werkgever de terzake bestede cursustijd met een maximum van 40 loonuren (ΰ 100%) vergoeden. Deze uren tellen niet mee bij de bepaling van het aantal overuren.

    2. De werkgever heeft de mogelijkheid om inzake de in lid 1 genoemde kosten voor aanvang van de opleiding een studiekostenregeling aan de werknemers voor te leggen.

      Deze studiekostenregeling verplicht de werknemer om:

      • bij ontslagname door de werknemer binnen een jaar na het behalen van het diploma: 75% van de kosten van de genoten opleiding terug te betalen;

      • bij ontslagname door de werknemer binnen twee jaar na het behalen van het diploma: 50% van de kosten van de genoten opleiding terug te betalen;

      • bij ontslagname door de werknemer binnen drie jaar na het behalen van het diploma: 25% van de kosten van de genoten opleiding terug te betalen.

    Test GRATIS uw pensioensituatie aan de hand van ιιn druk op de knop!

  1. Vergoeding VUT-gewenningscursus

    Werknemers worden, met partner in de gelegenheid gesteld om voorafgaande aan de VUT danwel pensioen, op kosten van de werkgever, een VUT-gewenningscursus te volgen van maximaal 5 werkdagen.

  2. Uitkering bij overlijden

    1. De werkgever dient na het overlijden van een werknemer aan de nabestaanden een uitkering te verstrekken;

    2. De uitkering wordt verstrekt over de periode vanaf de dag van overlijden tot en met de laatste dag van de 2e maand na die, waarin het overlijden plaatsvond;

    3. De uitkering moet worden berekend naar het loon dat de werknemer laatstelijk rechtens toekwam;

    4. De nabestaanden zijn:

      1. De langstlevende van de echtgenoten indien de overlevende niet duurzaam van de andere echtgenoot gescheiden leefde;

      2. Bij ontbreken van de onder a. bedoelde persoon, de minderjarige wettige of erkende natuurlijke kinderen van de overleden werknemer;

      3. Bij ontbreken van de onder a en b bedoelde personen degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.

    5. De uitkering mag alleen worden verminderd met de overlijdensuitkering welke de nabestaanden van de WAO ontvangen.