>

Artikel 4
Verplichtingen van de werkgever

  1. De arbeidsovereenkomst dient schriftelijk te worden aangegaan. De arbeidsovereenkomst dient tenminste te omvatten de punten welke voorkomen in het voorbeeld van bijlage X.

  2. Indien bij de aanstelling van de werknemer een proeftijd wordt bedongen (ten hoogste twee maanden*), dient zulks op straffe van nietigheid schriftelijk voor de indiensttreding aan de betrokken werknemer te worden meegedeeld.

    1. Het is de werkgever niet toegestaan personeel in dienst te nemen, dat reeds elders een volledige dienstbetrekking heeft danwel als zelfstandige een volwaardig inkomen verdient.

    2. Het is de werkgever niet toegestaan personeel in dienst te nemen dat deelneemt aan de VUTregeling voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de Verhuur van Mobiele Kranen voor meer dan 50 diensturen per 2 weken. Hierbij dienen de van toepassing zijnde bepalingen uit de VUT-cao voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de Verhuur van Mobiele Kranen in acht te worden genomen.

    1. In het kader van de ARBO-zorg dient de werkgever de werknemer bij het aangaan van de dienstbetrekking medisch te laten keuren. Deze bepaling geldt niet voor administratief- en leidinggevend personeel. Deze verplichting vervalt indien uit een schriftelijk keuringsbewijs van de werknemer blijkt dat de werknemer recentelijk een soortgelijke medische keuring heeft ondergaan. De datum van het keuringsbewijs mag maximaal een jaar voor het aangaan van het dienstverband liggen.

    2. Bij voortduring van het dienstverband dient de werkgever de werknemer iedere 5 jaar te laten keuren door een daartoe bevoegde arts. Deze verplichting geldt ook voor het administratieve en leidinggevende personeel vanaf 40 jaar. De zwaarte van de keuring is afhankelijk van de risico’s verbonden aan de functie. CAO partijen zullen bewerkstelligen dat een gecombineerde rijbewijs/ PAGO-keuring wordt aangeboden. De kosten van deze gecombineerde keuring zijn voor rekening van de werkgever voor zover daarin niet op andere wijze wordt voorzien.

  3. De werkgever stelt de werknemer tegen ontvangstbewijs (bijlage XVII) in het bezit van een exemplaar van deze overeenkomst en wijzigingen daarop. Aan de oproepkracht wordt een CAO verstrekt, indien hij dit aan de werkgever verzoekt.

    1. Bij elke loonbetaling (per 4 weken, per maand) is de werkgever verplicht aan de werknemer en specificatie te verstrekken. Deze specificatie dient tenminste de gegevens te bevatten, zoals vermeld in het voorbeeld van bijlage V van deze CAO.

    2. Vanaf 1 juni 2007 zal de werkgever de zogenaamde rentehobbel (in 2007: 0,47%) van de WGA-premie voor zijn rekening nemen. Het overige deel van de WGA-premie komt voor 50% voor rekening van de werknemer en voor 50% voor rekening van de werkgever.

  4. Bij het einde van het dienstverband dient de werkgever aan de werknemer een schriftelijk ontslagbewijs te verstrekken. Dit ontslagbewijs dient tenminste de volgende punten te omvatten:

    • de laatst beklede functie;

    • de functieloonschaal waarin, alsmede de trede waarop, de werknemer laatstelijk was ingedeeld;

    • het totaal aantal ervaringsjaren van de werknemer;

    • de datum van indiensttreding;

    • de datum van uitdiensttreding;

    • het in het lopende kalenderjaar genoten aantal vakantiedagen;

  5. De werkgever verstrekt aan de werknemer beschermende kleding en schoeisel bij vuil werk en voor de gezondheid schadelijke lading. De kosten van de aanschaf door werknemer van de chauffeurskaart ten behoeve van de digitale tachograaf (1 x per 5 jaar) komen voor rekening van de werkgever.

  6. De werkgever dient een deugdelijke administratie te voeren ter controle op de naleving van de CAO. Hierin dienen tenminste te worden opgenomen de in lid 6 van dit artikel genoemde elementen van de loonberekening, alsmede die betreffende de onkostenvergoeding.

  7. Bij vermindering van het werk in een onderneming dienen alvorens ontslag plaatsvindt de beschikbare arbeidsuren, tussen werknemers in eenzelfde of soortgelijke functie, te worden herverdeeld zodanig dat ontslag om deze reden niet zal plaatsvinden indien het gemiddelde aantal arbeidsuren van deze groep werknemers nog meer dan 45 uur per week bedraagt (te bezien over een periode van 4 weken).

  8. Indien in een betalingsperiode de gemiddelde werkweek voor het rijdend personeel binnen een bepaald bedrijf beneden de 45 uur daalt, is de werkgever verplicht het inzetten van charters te beëindigen en de vakorganisaties hiervan in kennis te stellen.

  9. Bij een ontslag in geval van reorganisatie danwel werkvermindering waarbij 5 of meer werknemers zijn betrokken, dienen de vakbonden, partij bij deze cao, te worden betrokken. De in dit verband ontslagen werknemers dienen nadien voorrang te krijgen bij het vervullen van vacatures bij hun ex-werkgever.


    Gouden handdruk (gevolgen onslag)
    Opjectief advies bij ontslag

    1. De werkgever is gehouden om op schriftelijk verzoek van een werknemersorganisatie die partij is bij deze cao, binnen 4 weken schriftelijk aan te tonen dat de cao correct is nageleefd. Het betreft de artikelen 4 leden 3, 6 en 9, 12, 17, 18, 21, 22, 23, 25b, 34B, 36, 38 en 48 lid 1 van de cao over een periode van 1 jaar voorafgaand aan het verzoek. De controle op de naleving van de artikelen 12, 17, 18, 23 en 34B zal eerst plaatsvinden vanaf 1 april 2003 en heeft geen terugwerkende kracht.

    2. In afwijking van de in lid 13a genoemde periode van 1 jaar, geldt voor de controle op de naleving van de artikelen 23 en 34B een periode van 3 maanden. Tevens geldt voor de controle op artikel 23 en 34B, een maximering van het volume aan op te vragen gegevens van 15% van de te controleren werknemers tot een maximum van 20 werknemers per onderneming.

    3. Indien de werkgever niet aantoont dat de cao getrouwelijk is nageleefd is de werkgever ten opzichte van de werknemersorganisatie schadeplichtig overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van de Wet CAO. De betreffende werknemersorganisatie draagt de door hem ontvangen schadevergoeding af aan de Stichting Opleiding- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg.

    4. Indien het verzoek van de werknemersorganisatie aan de werkgever niet op redelijke grond is gedaan is de werknemersorganisatie gehouden aan de werkgever een schadevergoeding te betalen van € 11.344,51 voor de schade die de werkgever heeft geleden tengevolge van het verzoek.

    5. In afwijking van het gestelde in lid 13d geldt voor het op niet redelijke grond verzoeken van een controle op de naleving van de artikelen 23 en 34B een schadevergoeding van € 25.000.

    6. Zonodig in afwijking van de leden 13a en 13b zal geen controle op de naleving van artikel 23 en artikel 34B plaatsvinden indien de werkgever in de 12 maanden voorafgaand reeds op CAOnaleving is gecontroleerd.

    7. Het opnemen van de artikelen 23 en 34B in voorgaande leden heeft een experimenteel karakter. Dit experiment zal na 1 jaar worden geëvalueerd. Afhankelijk van de resultaten van de evaluatie zal het experiment al dan niet worden gecontinueerd.

* Voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten voor een periode korter dan 2 jaar en tijdelijke arbeidsovereenkomsten waarbij geen einddatum is overeengekomen, bedraagt de proeftijd ten hoogste één maand.