>

HOOFDSTUK XIa

AFSPRAKEN BESTEMD VOOR WERKNEMERS TE WERK GESTELD OP MOBIELE KRANEN

Artikel 40a

  1. Reistijd voor werknemers te werk gesteld op mobiele kranen.

    1. Onder reistijd wordt verstaan de tijd gedurende welke gereisd wordt van de woning naar het werk (niet zijnde de standplaats) en terug.

    2. Voor de berekening van de reistijd wordt aangenomen dat per uur 60 km wordt afgelegd.

    3. De reistijd wordt door de werkgever vergoed op basis van 100% tegen het voor die werknemer geldende uurloon met uitzondering van de eerste 60 minuten per dag indien:

      1. de arbeid plaats vindt in een andere dan de woongemeente van de werknemer;

      2. de reistijd wordt gemaakt met: of een openbaar middel van vervoer; of een door de werkgever beschikbaar gesteld vervoermiddel, niet zijnde de kraan; of een eigen vervoermiddel.

  2. Reiskosten voor werknemers te werk gesteld op mobiele kranen.

    1. De werknemers, aan wie krachtens het gestelde onder A van dit artikel reistijd wordt vergoed, kunnen recht doen gelden op vergoeding van reiskosten.

    2. de werkgever is gerechtigd een vervoermiddel aan te wijzen waarmee de werknemer dient te reizen, uitgezonderd het eigen vervoermiddel van de werknemer.

    3. De kosten van het reizen met het openbaar vervoer worden in de laagste klasse vergoed.

    4. De vergoeding voor het gebruik van de eigen personenauto bedraagt € 0,23 per gereden kilometer. Indien in opdracht van de werkgever meerdere personen meerijden bedraagt de vergoeding € 0,25 per gereden kilometer.

    5. De snelste reisafstand is bepalend bij het vaststellen van het aantal kilometers dat voor vergoeding in aanmerking komt.

  3. Verblijfkosten voor werknemers te werk gesteld op mobiele kranen.

    1. Als vergoeding voor verblijfkosten gelden de bedragen genoemd in artikel 34B.

    2. Indien in verband met de werkzaamheden het dagelijks huiswaarts keren onredelijk zou zijn, zulks ter beoordeling van de werkgever, dient de werknemer ter plaatse te overnachten. Ter vergoeding van de verblijfkosten gelden dan eveneens de bedragen genoemd in artikel 34B met dien verstande dat wegens ontbreken van een slaapcabine, bij meerdaagse ritten de overnachtingkosten voor rekening van de werkgever komen.