|
Artikel 6
Arbeidsovereenkomst met 65-jarigen en ouderen
Een dienstbetrekking, aangegaan voor onbepaalde tijd, eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd
van de werknemer zonder dat opzegging nodig is. Onverminderd het bovenstaande is het mogelijk met
een 65-jarige of oudere een arbeidsovereenkomst aan te gaan, voor bepaalde of onbepaalde tijd. Voor
een dergelijke arbeidsovereenkomst geldt het in deze collectieve arbeidsovereenkomst gestelde.
Na het bereiken van de 65-jarige leeftijd wordt de voortgezette dienstbetrekking gezien als een
afzonderlijke, van de voorafgaande dienstbetrekking losstaande, arbeidsovereenkomst.
Artikel 7
Vorst en wateroverlast
In afwijking van het bepaalde in artikel 7: 628 van het Burgerlijk Wetboek geldt de volgende regeling:
De werkgever is verplicht bij onderbreking van de werkzaamheden als gevolg van vorst of de gevolgen
daarvan, dan wel van wateroverlast (hoog water, laag water, drassigheid van de terreinen e.d.) het loon
door te betalen met inachtneming van het volgende:
Gedurende een periode van 1 december tot 1 mei eindigt de verplichting tot doorbetaling na iedere
aaneengesloten doorbetalingstermijn van veertien kalenderdagen, waarbij onderbreking wegens
vorst of wateroverlast niet als afzonderlijke oorzaken worden beschouwd.
Gedurende de periode van 1 mei tot 1 december worden werkonderbrekingen wegens vorst en
werkonderbrekingen wegens wateroverlast als afzonderlijke oorzaken beschouwd.
Gedurende de periode van 1 oktober tot 1 juni behoeft over ten hoogste eenentwintig werkdagen
het loon te worden doorbetaald ongeacht het aantal doorbetalingstermijnen, maar met inachtneming
van het gestelde onder b.
Bij het bepalen van de dagen waarover het loon (dat verschuldigd zou zijn geweest indien wel zou zijn
gewerkt) moet worden doorbetaald, worden zaterdagen alsmede in de onderbrekingsperiode vallende
feestdagen als werkdagen beschouwd.
Dagen waarop wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer niet kon worden gewerkt, dienen voor
het bepalen van de 14-dagentermijn en voor de 21-dagentermijn als werkdagen te worden aangemerkt.
Het gedurende een paar dagen verrichten van plotseling opgekomen werkzaamheden (anders dan de
gebruikelijke) doen, mits de oorzaak van de onderbreking voortduurt, niet een nieuwe
doorbetalingstermijn ontstaan.
Indien de kerstdagen en/of nieuwjaarsdag in een onderbrekingsperiode vallen, nadat reeds over de
verplichte periode het loon is doorbetaald, dient de werkgever ook over die dagen het loon door te
betalen indien in het algemeen in die dienstbetrekking op feestdagen als bedoeld in artikel 8 niet wordt
gewerkt en geen bijzonder afwijkend beding van toepassing is.
Indien de werknemer na afloop van de periode waarover de werkgever ingevolge het voorgaande
verplicht is tot doorbetaling van het loon aanspraak heeft op het volle wachtgeld of de volle
werkloosheidsuitkering ingevolge de werkloosheidswet is de werkgever verplicht op deze uitkering een
aanvulling te verstrekken van 10% van het dagloon waarnaar die uitkering is berekend.
N.B. Uitkering ingevolge de werkloosheidswet dient op de eerste dag waarop niet kan worden gewerkt te worden
aangevraagd. De districtskantoren van het U.W.V. hebben veelal voor de aanvang van de winter reeds bepaalde
afspraken met betrekking tot de melding met de werkgevers gemaakt.
|