>

Artikel 8
Arbeid op zon- en feestdagen

  1. Op zondag, algemeen erkende christelijke en nationale feestdagen wordt geen arbeid verricht, tenzij de aard of het belang van de onderneming zulks vordert. Algemeen erkende christelijke feestdagen zijn: Nieuwjaarsdag, 2e Paasdag, Hemelvaartsdag, 2e Pinksterdag en beide Kerstdagen. Nationale feestdagen zijn Koninginnedag en de dagen, waarop krachtens aanwijzing van de overheid extra vrijaf met behoud van loon mag worden verleend. Als Koninginnedag wordt beschouwd de dag waarop krachtens Koninklijk Besluit het feest gevierd wordt.

  2. De werkgever stelt tijdig vooraf een rooster op, zodanig dat werkzaamheden op feestdagen evenwichtig over de werknemers worden verdeeld.

N.B. Zie ook art. 28 (vergoeding diensturen op zon- en feestdagen), art. 34 (verblijfkosten) en art. 35 lid 1 (verzuimdagen).

Artikel 9

  1. Bepalingen voor oproepkrachten

    1. Voor oproepkrachten gelden in beginsel alle artikelen van deze overeenkomst, met uitzondering van:
      artikel 4. leden 1, 2, 4 en de artikelen 6, 7, 11, 14, 15, 26, 29, 30, 31, 32, 35 en 38.

    2. In afwijking van artikel 7: 628 lid 1 tot en met 7 van het Burgerlijk Wetboek kan in oproepovereenkomsten de loonbetalingsverplichting ook voor een periode langer dan zes maanden worden uitgesloten.

  2. Bepalingen voor parttimers

      1. De bepalingen van deze CAO zijn op parttimers van toepassing, met inachtneming van de volgende leden van dit artikel.

      2. Voor zover de bepalingen van deze CAO zich daarvoor lenen, worden zij op de parttimer naar evenredigheid toegepast.

      1. Voor het de parttimer toekomende functieloon geldt dat per verricht dienstuur een uurloon wordt betaald gebaseerd op de functieloonschaal, behorende bij de betrokken functie.

      2. Als minimum voor het onder a genoemde functieloon geldt het aantal overeengekomen uren.

    1. Het aantal diensturen wordt in onderling overleg vastgesteld en opgenomen in de schriftelijke arbeidsovereenkomst.

      1. De vakantie-aanspraken en vakantietoeslag ontstaan naar rato van het aantal verrichte diensturen, doch niet meer dan het voor betrokkenen geldende maximum genoemd in artikel 36, resp. artikel 38.

      2. Voor het vaststellen van de onder a genoemde vakantie-aanspraken en vakantietoeslag geldt als basis voor de berekening het minimum aantal overeengekomen uren.

      3. Voor het berekenen van de vakantie-aanspraken en vakantietoeslag in een bepaald jaar, dient het totaal aantal verrichte diensturen, met een minimum van het aantal overeengekomen uren, in het voorafgaande kalenderjaar te worden genomen.

      Test GRATIS uw pensioensituatie aan de hand van één druk op de knop!

    2. Voor zover de werkgever is aangesloten bij het Bedrijfspensioenfonds voor het beroepsvervoer over de weg, geldt met betrekking tot pensioenaanspraken en pensioenpremie:

      1. Dat er voor de vaststelling van de pensioengrondslag van wordt uitgegaan als zou de parttimer een loon genieten op basis van een volledige dienstbetrekking.

      2. Dat de vaststelling van premiepercentage en percentage waarmee het pensioen jaarlijks wordt opgebouwd, geschiedt naar rato van het aantal verrichte diensturen, waarbij als minimum geldt het aantal overeengekomen uren.

      3. Dat voor de vaststelling van het aantal verrichte diensturen het voorafgaande kalenderjaar als referteperiode wordt genomen.