Hoofdstuk XIV

Vergoeding ziekte en ongeval buitenland/ongevallenverzekering

Artikel 50

Ziekte en ongeval in het buitenland

  1. Indien de werknemer wegens de hem opgedragen werkzaamheden buiten Nederland verblijft en aldaar getroffen wordt door ziekte of ongeval kan hij jegens werkgever aanspraak maken op vergoeding van:

    1. de kosten van noodzakelijke geneeskundige verzorging;

    2. de kosten van vervoer, voor zover dit vervoer noodzakelijk is om de geneeskundige verzorging te ondergaan;

    3. de noodzakelijke kosten van onderdak en voeding, totdat zijn gezondheidstoestand het hem veroorlooft naar Nederland terug te keren;

    4. de noodzakelijke kosten van vervoer naar zijn woon of verblijfplaats in Nederland.

    5. de kosten van vervoer van het stoffelijk overschot van de overledene naar zijn woonplaats.

  2. De in lid 1 bedoelde aanspraken bestaan niet, voorzover de werknemer aanspraak kan maken op overeenkomstige uitkeringen op grond van enige nationale wetgeving of internationale overeenkomst dan wel uit hoofde van een voor de werknemer geldende verzekeringsovereenkomst.

  3. De werknemer kan geen aanspraak maken op vergoeding van de in lid 1 onder a. en b. genoemde kosten indien hij door eigen schuld of toedoen geen aanspraken kan ontlenen aan de voor hem geldende verzekering.

  4. Indien de werknemer die in de omstandigheden verkeert als omschreven in de aanhef van lid 1, zich in levensgevaar bevindt kan hij ten behoeve van zijn bloedverwanten in de eerste graad alsmede zijn echtgenoot aanspraak maken op vergoeding van:

    1. de noodzakelijke kosten van vervoer van hun woonplaats naar zijn verblijfplaats en terug;

    2. de noodzakelijke kosten van onderdak en voeding, totdat het levensgevaar geweken is.


 


CAO online 2001 2007 all rights reserved
NETWORK DEVELOPMENT
Jaco Langeveld
Lelystad
Contact