Artikel 14 Loonbetaling
Artikel 15 Beloning rijdende werknemers
Artikel 16 Loonberekening rijdende werknemers
Artikel 17 Beloning niet-rijdende en technische werknemers

Artikel 14 Loonbetaling

  1. Uiterlijk op de eerste dag van de betalingsperiode volgend op de betalingsperiode waarin arbeid is verricht, moet de werknemer de beschikking hebben over het loon, met dien verstande dat de betaling van de toeslagen maximaal 1 betalingsperiode later plaatsvindt.
  2. Tredeverhoging vindt jaarlijks plaats op de datum van indiensttreding indien het dienstverband is ingegaan op de 1e van de maand of, indien het dienstverband is ingegaan op enig andere dag van de maand, op de 1e van de maand volgend op de datum van indiensttreding.

naar boven

Artikel 15 Beloning rijdende werknemers

  1. Als bijlage 2 bij deze overeenkomst is gevoegd de loontabel welke van toepassing is op rijdende werknemers.
  2. Inschaling bij indiensttreding: Bij indiensttreding wordt de werknemer ingeschaald in de bij zijn functie behorende loonschaal op de trede, die overeenkomt met het aantal ervaringsjaren, dat de werknemer als bestuurder van een autobus in deze bedrijfstak heeft opgedaan.
  3. Voor werknemers die gedurende opeenvolgende seizoenen bij dezelfde werkgever in dienst zijn, worden ten behoeve van de vaststelling van het loon alsmede van de aanvulling van het loon in geval van arbeidsongeschiktheid de opeenvolgende seizoenen als aansluitende ervaringsjaren in aanmerking genomen.

naar boven

Artikel 16 Loonberekening rijdende werknemers

  1. Aan de loonberekening wordt alleen de arbeidstijd ten grondslag gelegd.
  2. De lonen van de rijdende werknemers zijn gebaseerd op een gemiddelde arbeidstijd van 40 uur per week.
  3. De gemiddelde arbeidstijd per week wordt berekend over de betalingsperiode van één kalendermaand of vier weken.

naar boven

Artikel 17 Beloning niet-rijdende en technische werknemers

    1. Als bijlage 2 bij deze overeenkomst zijn gevoegd de loontabellen welke van toepassing zijn op de niet-rijdende en technische werknemers.
    2. Als bijlage 2A bij deze overeenkomst zijn gevoegd de loontabellen welke van toepassing zijn op het administratief personeel.
  1. Inschaling bij indiensttreding: Bij indiensttreding wordt de werknemer ingeschaald in de bij zijn functie behorende loonschaal op de trede, die overeenkomt met het aantal ervaringsjaren, dat de werknemer in dezelfde of soortgelijke functie heeft opgebouwd binnen de bedrijfstak besloten busvervoer. Gedeelten van ervaringsjaren dienen naar rato te worden meegeteld.
  2. Vervanging hoger gewaardeerde functie: Een werknemer behorend tot de niet-rijdende en/of technische werknemers ontvangt in geval hij tijdelijk, doch ten minste voor de duur van 2 maanden, een hoger gewaardeerde functie waarneemt, met terugwerkende kracht (vanaf het moment waarop de waarneming is aangevangen) een toeslag per betalingsperiode, zijnde het verschil tussen de trede van de loonschaal, waarin de werknemer is ingeschaald en dezelfde trede in de naast liggende hogere loonschaal.
  3. Lonen voor jeugdige werknemers: Voor werknemers beneden de leeftijd van 21 jaar gelden de volgende percentages van het wettelijk minimumloon van een 23 jarige:

    15 jaar

    45%

    18 jaar

    70%

    16 jaar

    52,5%

    19 jaar

    80%

    17 jaar

    60%

    20 jaar

    90%

  4. Zodra de werknemer de leeftijd van 21 jaren bereikt, wordt hij in de functieloonschaal voor volwassenen op de laagste loontrede ingeschaald met behoud van periodiekdatum.

naar boven