Artikel 22 Rusttijd bij pendelvervoer
Artikel 23 Arbeidstijdadministratie
Artikel 24 Werktijdenregeling
Artikel 25 Mededeling arbeids- en rusttijdenregeling
Artikel 26 Intrekken vrije dagen

Artikel 22 Rusttijd bij pendelvervoer

Indien de enkelvoudige diensttijd bij pendels en internationale lijndiensten langer gaat duren of geduurd heeft dan 18 uur dan dient de tussenliggende rusttijd op de plaats van bestemming van de pendel of internationale lijndienst minimaal 11 uur te bedragen; moet voorafgaand aan de pendel of internationale lijndienst de dagelijkse rusttijd minimaal 12 uur bedragen; moet na afloop van de pendel of de internationale lijndienst een rust van 24 uur aaneengesloten worden genoten.

naar boven

Artikel 23 Arbeidstijdadministratie

De werkgever dient een deugdelijke administratie te voeren van de dagelijkse door de werknemer vervulde arbeidstijd. Deze administratie dient tenminste te bevatten de elementen genoemd in het arbeidstijdadministratie-formulier (bijlage 4a en 4b).

  1. De arbeidstijdadministratie en loonadministratie dienen beide betrekking te hebben op een zelfde tijdvak. De werkgever bepaalt of beide betrekking zullen hebben op een vier-wekelijkse periode dan wel een periode van een maand.
  2. Wanneer op één of meer dagen niet wordt gewerkt wegens:

    • vakantie;
    • afwezigheid met behoud van loon;
    • arbeidsongeschiktheid of afwezigheid ingevolge artikel 20 en 56 van deze overeenkomst;
    • wordt ter vaststelling van de werkelijke arbeidstijd voor elk van die dagen genoteerd:
    1. Indien gereden wordt volgens dienstrooster: het aantal uren dat volgens het voor de werknemer geldend dienstrooster zou hebben gegolden;
    2. Indien niet gereden wordt volgens dienstrooster: 8 uren.

naar boven

Artikel 24 Werktijdenregeling

  1. Met betrekking tot de wekelijkse rusttijd geldt het bepaalde in het ATB Vervoer , waarin is bepaald dat de werkgever de arbeid zodanig moet organiseren dat de werknemer in een periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 55 uren per week arbeid moet verrichten.
  2. Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht die geheel of gedeeltelijk is gelegen in de periode tussen 01.00 uur en 0.5.00 uur, geldt dat zijn totale arbeidstijd niet meer bedraagt dan 12 uur in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van zijn arbeid.
  3. Met betrekking tot lid 1 van dit artikel geldt dat deze bepaling alleen mag worden toegepast indien een werknemer daarmee uitdrukkelijk schriftelijk instemt. Voor het overige geldt het bepaalde in artikel 2.5.4a en artikel 2.5.9 lid 2 van het ATB vervoer.

naar boven

Artikel 25 Mededeling arbeids- en rusttijdenregeling

De werkgever is gehouden een arbeidspatroon voor zijn werknemer vast te leggen. Een werkgever die een arbeidspatroon voor de bij hem werkzame werknemer vaststelt of opnieuw vaststelt, deelt dit arbeidspatroon ten minste 28 dagen van tevoren aan die werknemer mede. Indien de aard van de arbeid toepassing van het tweede lid onmogelijk maakt, deelt de werkgever ten minste 28 dagen van tevoren aan de werknemer mede op welke dag de rusttijd, bedoeld in de artikelen 5:3 en 5:4 arbeidstijdenwet, aanvangt. Tevens maakt hij aan die werknemer ten minste 4 dagen van tevoren de tijdstippen bekend waarop hij arbeid moet verrichten. Van het tweede en derde lid kan uitsluitend bij collectieve regeling of, indien geen collectieve regeling van toepassing is dan wel de collectieve regeling geen bepalingen ter zake bevat, telkens met instemming van de betrokken werknemer worden afgeweken. Voor afwijkingen als bedoeld in lid 4 geldt dat met de OR en de regionale Vakbondsbestuurder een andere regeling kan worden overeengekomen voor zover het ATB Vervoer dat niet belet.

naar boven

Artikel 26 Intrekken vrije dagen

Het intrekken van toegekende vrije dagen is alleen mogelijk als de werknemer daarmee instemt. De werknemer heeft in dat geval recht op een bruto toeslag van € 11,51.

naar boven