Artikel 49 Vakbond
Artikel 50 Dienstkleding
Artikel 51 Medische keuringen
Artikel 52 Geneeskundige verklaring
Artikel 53 Eis van dienstbetrekking en informatieplicht
Artikel 54 Vakbekwaamheid
Artikel 55 Ongewenst gedrag

Artikel 49 Vakbond

De werkgever dient er zorg voor te dragen dat een kaderlid van de werknemersorganisaties betrokken bij het afsluiten van deze CAO, uit hoofde van zijn verenigingswerk in de onderneming niet in zijn positie als werknemer wordt geschaad. Kaderlid is hij die een bestuurlijke of vertegenwoordigende functie uitoefent voor de werknemersorganisatie waarvan hij lid is en die als zodanig door die organisatie bij de werkgever schriftelijk is aangemeld. Op verzoek van de werknemer zal de werkgever administratieve medewerking verlenen om in de salaris productie van december, bij de uitbetaling van het salaris, de door de werknemer betaalde vakbondscontributie fiscaal vriendelijk verrekenen. Het verzoek voorzien van een lidmaatschapsbewijs dient hiervoor jaarlijks uiterlijk 15 november door de werknemer aan de werkgever schriftelijk te worden gedaan.

naar boven

Artikel 50 Dienstkleding

De werkgever kan in het bedrijfsreglement een bepaling opnemen over dienstkleding.

naar boven

Artikel 51 Medische keuringen

  1. De werknemer stelt zich - tenzij hiertegen dwingende bezwaren bestaan – conform de Wet Personenvervoer beschikbaar voor elke medische keuring die door de werkgever nodig wordt geacht in verband met het vervullen van de functie, waaronder de intredekeuring, psychotechnische onderzoek alsmede de keuring ten behoeve van de vijf-jaarlijkse geneeskundige verklaring. De werkgever is gerechtigd daartoe een arts aan te wijzen. De werknemer volgt alle maatregelen op, die op grond van het medisch advies worden aanbevolen.
  2. Kosten van de keuringen en van op grond daarvan te treffen maatregelen zijn voor rekening van de werkgever, voor zover daarin niet op andere wijze wettelijk wordt voorzien.

naar boven

Artikel 52 Geneeskundige verklaring

In het kader van het arbobeleid in de bedrijfstak dienen alle chauffeurs ten behoeve van de geneeskundige verklaring volgens de Wet Personenvervoer een keuring te ondergaan die is toegespitst op het beroep van touringcarchauffeur, overeenkomstig de richtlijnen vastgesteld door Medibus of haar rechtsopvolger STAOBB. Als bewijs hiervan dient de werknemer een geneeskundige verklaring van Medibus of haar rechtsopvolger STAOBB in zijn bezit te hebben (Bijlage 5: Voorwaarden afgifte geneeskundige verklaring van Medibus of STAOBB).

naar boven

Artikel 53 Eis van dienstbetrekking en informatieplicht

  1. Het is de vervoerder verboden besloten busvervoer te verrichten met chauffeurs die niet bij hem in dienstbetrekking zijn.
  2. Het in lid 1 genoemde verbod geldt niet in geval van:
    1. Collegiale inleen van werknemers van andere houders van vergunningen voor het verrichten van collectief personenvervoer.
    2. Internationaal vervoer van niet-ingezetenen met buitenlandse chauffeurs in opdracht van een buitenlandse onderneming, waarbij vooral te denken is aan zulk vervoer dat in overwegende mate in het buitenland wordt verricht en waarvoor de Minister van Verkeer & Waterstaat onder de werking van de Wet Personenvervoer 1988 ontheffing heeft verleend. Uitzendkrachten.
  3. De vervoerder als bedoeld in lid 1 is gehouden de STO maandelijks achteraf op de hoogte te brengen van het aangaan, het wijzigen en het beëindigen van een dienstbetrekking als bedoeld in lid 1. Hiervoor zijn meldingformulieren bij de STO verkrijgbaar.
  4. De vervoerder als bedoeld in lid 1 is gehouden STO melding te doen van de inzet van uitzendkrachten/ ZZP-ers/ freelancers en werknemers die op basis van detachering in zijn bedrijf worden ingezet. Hiervoor zijn meldingsformulieren bij de STO verkrijgbaar.
  5. De STO is bevoegd om de gegevens , verkregen als gevolg van de informatieplicht als bedoeld in lid 3 en 4, aan te wenden voor het houden van toezicht op de naleving van de CAO in samenhang met andere wettelijke bepalingen en in samenwerking met de daarvoor geëigende instanties.

naar boven

Artikel 54 Vakbekwaamheid

Werknemers die conform deze CAO rij-werkzaamheden verrichten, dienen, ook wanneer zij een arbeidsovereenkomst hebben voor minder dan 12 uur per week, te beschikken over een bewijs van vakbekwaamheid zoals omschreven in het ATB Vervoer.

naar boven

Artikel 55 Ongewenst gedrag

  1. De werknemer heeft recht op een werkomgeving waarin ongewenst gedrag wordt uitgebannen. Uitgangspunt hierbij is dat de persoonlijke integriteit van de werknemer in de sector niet mag worden aangetast. De sector besloten busvervoer keurt ongewenst gedrag op de werkplek in het besloten busvervoer ten stelligste af.
  2. Onder ongewenst gedrag wordt al het gedrag verstaan, daaronder vallen verbale en nonverbale uitingsvormen, waarbij de persoonlijke integriteit van werknemers en werkgevers in de sector niet wordt gerespecteerd. Te denken valt daarbij met name aan: Discriminatie op grond van ras, huidskleur, l • evensovertuiging, geslacht of seksuele geaardheid.

    • Verbaal of fysiek agressief gedrag, waaronder pesten
    • Seksuele intimidatie: ongewenst lichamelijk, verbaal of non-verbaal gedrag van seksuele aard of anderszins op geslacht gebaseerd gedrag, dat afbreuk doet aan de waardigheid van vrouwen en mannen op het werk.
  3. Om ongewenst gedrag op de werkplek te bestrijden en te voorkomen hebben de CAO Partijen voor het besloten busvervoer de stichting Medibus de opdracht gegeven het volgende beleid uit te voeren:

    • Preventie: Bedrijven adviseren om de verlichting en toegankelijkheid van de werkplekken te optimaliseren en zoveel mogelijk geïsoleerde werkplekken te voorkomen,
    • Voorlichting: Aangeven wat onder ongewenst gedrag wordt verstaan, duidelijk maken dat dit gedrag onacceptabel is, informatie verstrekken over sancties, informatie geven over de openstaande wegen ingeval ongewenst gedrag zich voordoet,
    • Het aanstellen van een vertrouwenspersoon voor de sector;
    • Het invoeren van een klachtenregeling en het instellen van een onafhankelijke klachtencommissie (reglement ongewenst gedrag bijlage 6).

naar boven