Artikel 8 Parttime werknemers
Artikel 9 M.U.P.-kracht/ ZZP-er/freelancer
Artikel 10 Uitzendkrachten
Artikel 11 Leerlingen

Artikel 8 Parttime werknemers

  1. De bepalingen van deze CAO zijn naar rato van toepassing op parttimers, met inachtneming van de volgende leden van dit artikel.
  2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt voor een werknemer met een parttime dienstverband van 50% of meer, ten behoeve van de vaststelling van de loontrede ieder volledig jaar dat de dienstbetrekking voortduurt in aanmerking genomen als volledig ervaringsjaar.
  3. Bij een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer mag het totaal aantal gewerkte uren per betalingsperiode de restcapaciteit van de arbeidsongeschikte niet overschrijden.
  4. Parttimers met een WW of een WIA/wga-uitkering kunnen bij het aangaan van hun dienstverband aangeven niet onder de spaarurenregeling/jaarurenregeling te willen vallen en alle uren uitbetaald te krijgen. Voor deze categorie parttimers is sprake van overuren (135%) wanneer meer dan 160/173,3 uur wordt gewerkt.

naar boven

Artikel 9 M.U.P.-kracht/ ZZP-er/freelancer

  1. De bepalingen van deze CAO zijn naar rato van het aantal gewerkte uren op M.U.P.-krachten van toepassing, met uitzondering van de artikelen 29, 30, 56,57 en 58 en met inachtneming van de volgende leden van dit artikel. Om een evenwichtige arbeidsverhouding te bevorderen dient de inlenende werkgever zich ervan te verzekeren dat de bepalingen van de CAO van toepassing zijn op de ZZP-er en freelancer met uitzondering van de artikelen 29,30, 56, 57 en 58. Dat de inlenende werkgever zich dient te verzekeren dat de bepalingen van de CAO van toepassing zijn op de ZZP-er en freelancer geldt ook voor alle onderstaande leden van dit artikel, met dien verstande dat waar M.U.P. kracht staat ook ZZP-er/freelancer gelezen moet worden. Zie daarvoor in het bijzonder artikel 53 lid 1.
  2. De loonberekening geschiedt naar rato van het aantal gewerkte uren volgens artikel 21.
  3. Het uurloon is gebaseerd op ten minste 5 ervaringsjaren van de bij de functie behorende loonschaal van de M.U.P.-kracht. Het uurloon is verhoogd met 8% vakantietoeslag en 10% wegens aanspraak op vakantiedagen en werkgelegenheidsdagen.
  4. De M.U.P. kracht verdient vanaf 1 juli 2008 tenminste per uur: het uurloon behorende bij schaal 5 zijnde (€ 11,83 x 108 % x 110 %) = € 14,05. Zie verder bijlage 2 lonen voor de rijdende werknemers. Het loon van de M.U.P.-kracht wordt per 1 januari 2009 , 1 januari 2010 en 1 januari 2011 met 3,25 % verhoogd. De werkgever is verplicht de M.U.P.-kracht conform de Wet betreffende verplichte deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds aan te melden als deelnemer bij het Prepensioenfonds Personenvervoer en het Pensioenfonds Vervoer. Even zo bevestigt hij e.e.a. aan het FSO-fonds. en bevestigt deze meldingen schriftelijk aan de werknemer.
  5. In aanvulling op het bepaalde in lid 3 wordt voor een M.U.P.-kracht met een dienstverband van 50 % of meer ten behoeve van de vaststelling van de loontrede ieder volledig jaar dat de dienstbetrekking voortduurt in aanmerking genomen als volledig ervaringsjaar.
  6. Bij aanbod van werk is de werkgever verplicht het werk eerst aan te bieden aan werknemers met een fulltime of parttime dienstverband voor onbepaalde tijd, alvorens het kan worden aangeboden aan parttimers met een dienstverband voor bepaalde tijd. Pas in laatste instantie mag het werk worden aangeboden aan M.U.P.-krachten en uitzendkrachten en personen welke inkomsten uit vroegere arbeid hebben conform de wet op de inkomstenbelasting.

naar boven

Artikel 10 Uitzendkrachten

  1. Voor uitzendkrachten geldt de bij de functie behorende loonschaal naar rato van het aantal gewerkte uren, vermeerderd met 1,15% FSO premie die door de werkgever van de uitzendkracht moet worden afgedragen aan het FSO-fonds.
  2. Naast het in lid 1 bedoelde functieloon bestaat aanspraak op de toelage(n) en toeslag(en)overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikelen 20, 28, 29, 32, 33, 34, 35, 36, en 43.
  3. Alle andere bepalingen uit deze CAO zijn niet van toepassing op uitzendkrachten, met uitzondering van artikel 52 en artikel 53.
  4. De inlenende werkgever dient zich ervan te verzekeren dat de uitzendwerkgever op ingeleende uitzendkrachten de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel genoemde arbeidsvoorwaarden toepast.
  5. Voor wat betreft het aanbod van werk is artikel 9 lid 6 naar analogie van toepassing op uitzendkrachten.

naar boven

Artikel 11 Leerlingen

Voor werknemers die tevens leerling zijn in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg Chauffeur Touringcar Reisleider geldt de Collectieve arbeidsovereenkomst voor werknemers die tevens leerling zijn in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg Chauffeur Touringcar Reisleider

naar boven